Photoblog -- Mooie straten

Alledaagse stadssociologie

(c) Jan Rath / Gers!, 2024 -- Mooie straten

Mooie straten

Rotterdam is ruig en rauw, is voor mensen met grove poten, is niet een plek voor doetjes met een verfijnde smaak. We zien dit terug in de manier van doen van veel Rotterdammers, maar ook in de inrichting van de publieke ruimte.

Neem het gebouw van het Scheepvaart en Transport College, ontworpen door de Rotterdamse architecten Neutelinks en Riedijk, met zijn lompe architectuur moet dit wel in Rotterdam staan. Of neem de Kuip aan de andere Maasoever. Dat monument ademt kracht, klinkt als woest geschreeuw, en ruikt naar fluimen en verzuurd bier. Of denk aan de spoorrails, bielsen en grint in de woonstraten van de Afrikaanderwijk en Hillesluis. Nog maar kort geleden deelden spelende kinderen deze plekken met rangerende treinwagons.

Dit betekent niet dat de gemeente en andere belanghebbenden niet streven naar opgeruimdheid en esthetiek, integendeel. Met een reeks van wetten en regels, beleidsnota’s, commissies, een boete hier en wat subsidie daar proberen zij onze straten, pleinen en winkelgebieden enigszins te verfraaien. En waarachtig, soms lukt nog ook, al blijkt er voor menig Rotterdammert altijd wat te mekkeren.

Boulevard Zuid, zeg de Beijerlandselaan en Groene Hilledijk, vormde jaar na jaar het belangrijkste winkelcentrum op Zuid, en de winkeliers en de gemeente zagen er op toe dat het er leuk en gezellig bleef. Het groen was altijd op orde met puike perken, kleurige bloembakken en—in december—verlichte kerstbomen. Maar in de jaren zeventig kwam de klad erin nadat het overdekte winkelcentrum Zuidplein de deuren opende. Om daarmee te kunnen concurreren werden luifels geplaatst die ervoor moesten zorgen dat het winkelende publiek ook bij regen droog zou blijven. Een briljant idee, maar wat een pleuriszooi: de bovenburen hadden geen zicht meer op de stoep wat het veiligheidsgevoel aantastte, winkeliers blokkeerden de doorgang omdat zij er hun waren stalden, en graffiti, stickers, algen, afval en voortdurende lekkages deden de rest. De straatmanager stelde recentelijk voor om die bouwvallige troep weg te halen en hij paaide de winkeliers met subsidies, maar die bleven bezwaren maken. Gelukkig hield de straatmanager voet bij stuk en zijn de meeste luifels inmiddels verwijderd. Meer dan dat, de oude bovenlichten met hun prachtige glas-in-lood ramen zijn in oude glorie hersteld. Hoewel de boulevard meteen frisser, lichter en mooier oogt, blijven veel ondernemers merkwaardiger genoeg toch mokken. Jammer, want dit soort ingrepen maken de publieke ruimte beter.

Dat is overigens niet altijd het geval. Op die diezelfde Boulevard Zuid treffen we ook een staaltje gebakken lucht. Op de middenberm zijn grote plantenbakken en houten bankjes in een rechthoekige opstelling geplaatst: street art, zeg maar straatkunst. Eerst was er ‘driemaal niets’, zo schrijft de kunstenaar op het web, maar nu is er een groot kunstwerk dat oogt als een groene oase. Tsja. Het project ‘Rust in de reuring’ is bedoeld als een fraaie plek waar ‘bewoners elkaar ook kunnen ontmoeten’. Inmiddels heb ik die plek talloze keren gepasseerd; nooit een levend wezen aangetroffen.

07 mei 2024

Eerder verschenen als column in Gers!, 34: 16-17.

Hier klikken voor meer photoblogs

UNIVERSITY OF AMSTERDAM, DEPARTMENT OF SOCIOLOGY
NIEUWE ACHTERGRACHT 166, OFFICE B6.00
PO BOX 15508, NL-1001 NA AMSTERDAM, THE NETHERLANDS
VOICE +31-6-5540-9466 | +31-20-525-3488 (SECR SOC)
E-MAIL RATH@UVA.NL
© JAN RATH 2022. SOME RIGHTS RESERVED.

chevron-down